Zwembadbranchenieuws

Bijna vier op de tien kinderen van 6-12 jaar hebben in 2024 zwemdiploma A, B én C (38%). In 2012 was dat nog een kwart (27%). Tegenover die positieve ontwikkeling staat dat de zwemvaardigheid van kinderen uit kwetsbare groepen flink achterblijft, blijkt uit het onderzoek van het Mulier Instituut.

Blijvende aandacht voor kwetsbare groepen nodig
De zwemvaardigheid onder kinderen uit verschillende kwetsbare groepen blijft achter.

  • Kinderen uit huishoudens uit de laagste inkomensgroepen hebben vaker geen zwemdiploma dan kinderen uit huishoudens uit de hoogste inkomensgroep (33% vs. 5%). En ze hebben minder vaak alle drie de zwemdiploma’s (21% vs. 52%).
  • Kinderen met een migratieachtergrond hebben vaker geen zwemdiploma dan kinderen zonder migratieachtergrond (40% vs. 9%). Dat geldt ook voor kinderen van ouders met een migratieachtergrond (24%).

Om de zwemveiligheid van alle kinderen in Nederland te verbeteren, is het nodig om blijvend en specifiek aandacht te hebben voor kinderen uit kwetsbare groepen. Zodat ook zij de kans krijgen om zwemlessen te volgen en hun zwemdiploma’s te halen.

Aandeel kinderen zonder zwemdiploma schommelt
In 2024 heeft 14 procent van de kinderen van 6-12 jaar geen enkel zwemdiploma. Dat komt neer op ongeveer vier kinderen in een klas van dertig. Het laagste percentage kinderen zonder zwemdiploma zagen we in 2018 (8%), het hoogste in 2012 en 2022 (19%).

De Nationale Raad Zwemveiligheid (NRZ) zet zich via het Nationaal Plan Zwemveiligheid actief in om de zwemvaardigheid van álle kinderen in Nederland te verbeteren, met extra aandacht voor kwetsbare groepen.

Lees het factsheet ‘Zwemvaardigheid 2024’

[bron: Algemene nieuwsbrief Nationale Raad Zwemveiligheid]